Betekenis aanhoorde

Op deze pagina vind je 1 betekenis of definitie van het woord 'aanhoorde’. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.

1 0

aanhoorde

(in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van aanhoren

VB: ... dat ik aanhoorde.
... dat jij aanhoorde.
... dat hij, zij, het aanhoorde.

Voeg in onderstaand formulier een betekenis van het begrip aanhoorde toe. Velden met een ster (*) zijn verplicht!