Betekenis anticipeerde

Op deze pagina vind je 1 betekenis of definitie van het woord 'anticipeerde’. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.

1 -2

anticipeerde

enkelvoud verleden tijd van anticiperen

VB: Ik anticipeerde.
Jij anticipeerde.
Hij, zij, het anticipeerde.

Voeg in onderstaand formulier een betekenis van het begrip anticipeerde toe. Velden met een ster (*) zijn verplicht!