Betekenis knap

Op deze pagina vind je 8 verschillende betekenissen of definities van het woord 'knap’, geordend van meest populaire betekenis naar minst populaire. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.

1 3

knap

mooi, aantrekkelijk

2 1

knap

tamelijk, behoorlijk
VB: Dat vraagstuk is knap lastig.

3 0

knap

een geluid alsof iets breekt
VB: Toen ik viel hoorde ik een knap omdat ik op een tak viel die in tweeën brak.

4 0

knap

eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knappen

VB: Ik knap.

5 0

knap

gebiedende wijs van knappen

VB: Knap!

6 0

knap

(bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knappen

VB: Knap je?

7 0

Knap

Bevatelijk, Clever, Reudiet, Geleerd, Gewiekst, Gis, Goochem, Intelligent, Kien, Knaphandig, Ontwikkeld, Pront, Scherpzinnig, Schrander, Slim, Snel, Vernuftig, Verstandig; Bedreven, Bekwaam, Competent, Doorkneed, Geoefend, Geroutineerd, Geverseerd, Habiel, Kranig, Kundig, Kunstig, Welgemaakt; Aanminnig, Aantrekkelijk, Aanvallig, Appetijtelijk, Attractief, Bekoorlijk, Betoverend, Bevallig, Goedgevormd, Gracieus, Mooi, Ooglijk, Welgevormd; Clean, Fatsoenlijk, Net, Netjes, Propertjes, Schoon, Zindelijk; Aanzienlijk, Aardig, Behoorlijk, Betamelijk, Drommels, Flink, Goed, Nogal, Redelijk, Rijkelijk, Straf, Tamelijk, Tamelijkjes, Vrij

8 -1

knap

verstandig

Voeg in onderstaand formulier een betekenis van het begrip knap toe. Velden met een ster (*) zijn verplicht!