Betekenis passen

Op deze pagina vind je 5 verschillende betekenissen of definities van het woord 'passen’, geordend van meest populaire betekenis naar minst populaire. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.

1 1

passen

(absoluut) precies de goede maat zijn, erin kunnen
VB: Dit jasje past me goed.

2 0

passen

meervoud van het zelfstandig naamwoord pas

3 0

passen

(overgankelijk) zien of iets de juiste maat is
VB: Die broek is al gepast en zit goed, nu deze nog even proberen.

4 0

passen

(inergatief) (kaartspel) (bridge) een biedbeurt voorbij laten gaan
VB: Daarna werd er drie keer gepast en zat hij met een ongelukkig bod aan zijn broek.

5 0

Passen

Behoren, Betamen, Horen; Convenieren, Schikken, Voegen; AAnsluiten, Aanstaan, Staan, Zitten; Aanpassen; Afwijzen, Bedanken, Refuseren, Vertikken, Weigeren; Kloppen, Overeenstemmen, Rijmen; Overspelen

Voeg in onderstaand formulier een betekenis van het begrip passen toe. Velden met een ster (*) zijn verplicht!