Betekenis zijn

Op deze pagina vind je 12 verschillende betekenissen of definities van het woord 'zijn’, geordend van meest populaire betekenis naar minst populaire. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.

1 0

zijn

(ergatief): bestaan:
VB: Er is leven na de dood.
Zij is niet meer.

2 0

zijn

(ergatief): zich bevinden
VB: We waren in Portugal.

3 0

zijn

(koppelwerkwoord): gelijk zijn aan:
VB: Johan is onze voorzitter.

4 0

zijn

(koppelwerkwoord): tot de groep behoren van
VB: De leeuw is een dier.

5 0

zijn

(koppelwerkwoord): de eigenschap hebben:
VB: Hij is nieuwsgierig.

6 0

zijn

~ te drukt een verplichting uit
VB: Dat is te verwaarlozen.

7 0

zijn

~ te drukt een mogelijkheid uit
VB: Er waren stemmen te horen van achter het muurtje.

8 0

zijn

(hulpwerkwoord): ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van een ergatief werkwoord
VB: Komt hij nog? Hij is al gekomen.

9 0

zijn

(hulpwerkwoord): ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm
VB: Zij was zo vreselijk geslagen dat het bloed van haar lijf droop.

10 0

zijn

derde persoon enkelvoud, mannelijk of onzijdig
VB: Hij liet zijn hondje uit.

11 0

zijn

het bestaan

12 0

Zijn

Bestaan, Existeren, Leven, Liggen, Staan, Steken, Uitmaken, Verblijven, Vormen, Wezen, Zitten; Gebeuren, Geschieden, Plaatsgrijpen, Plaatshebben, Plaatsvinden, Voorkomen, Voorvallen, Wedervaren; Aanwezigheid, Existentie

Voeg in onderstaand formulier een betekenis van het begrip zijn toe. Velden met een ster (*) zijn verplicht!